De 40 dagentijd

Een pelgrimage naar Pasen
De 40 dagentijd is een pelgrimage naar Pasen en bijna zo oud als het Paasfeest zelf. Het is een tocht die bedoeld is om iets met je te doen. Zonder bezinning en voorbereiding zou je een plompverloren feestgenoot zijn, een vreemde in Jeruzalem.
De zes zondagen in deze aanlooptijd zijn als pleisterplaatsen. Ze hebben vanouds hun eigen namen, hun psalmen en evangelielezingen. In de vieringen ervan wordt het levensverhaal van de pelgrims als het ware vervoegd met het verhaal van de Schriften. Er ontstaat verstandhouding, vreemden groeten elkaar onderweg.
Het ziet ernaar uit dat dit vieren met elkaar dit jaar niet kan gebeuren. 
In de Willem de Zwijgerkerk vonden we een alternatieve route, digitaal. We houden het verhaal van die 6 zondagen gaande, bemediteren het en bemusiceren het. De verbeelding van de Russische kunstenaar Wasili Wasin gaat voorop.
Iedere donderdag om 16:00u. wordt een zoom-bijeenkomst gehouden om van gedachten te wisselen over de icoon en tekst van deze zondag. U kunt zich aanmelden via: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..
U krijgt dan de woensdag voorafgaand een zoom-link per e-mail toegestuurd.

 

Zondag 28 maart
Palmpasen: Gezegend die komt in de naam van de Heer
Lezingen: Marcus 11,1-10; Jesaja 50,4-7; Filippenzen 2,5-11 en Marcus 14-15
 
Wasili Wasin staat in een lange traditie en werkt met de geloofstaal van geschilderde iconen. Tegelijk vernieuwt hij die taal op een geheel eigen wijze. Zo beschildert hij geen vlakke, rechthoekige paneeltjes, maar panelen van lindenhout zoals ze zijn: toevallig gevormd, met wat reliëf, met barsten en holten die deel gaan uitmaken van de beeldtaal.
 
Het komt terug in bijna elke individuele icoon van de Russische meester. Op het eerste oog een vertrouwd tafereel. Maar bij nader toezien is er bijna altijd wel iets onverwachts, iets waarmee je je op het verkeerde been gezet voelt.
 
Neem de icoon van vandaag. Onmiskenbaar het tafereel van Jezus die op een ezelsveulen Jeruzalem binnenrijdt. Voorspelbaar, bijna saai, een beetje middelmatig. En nu ja, niet elk werk kan nu eenmaal onovertroffen zijn.
 
En toch. Iets doorbreekt het karakter van een doorsnee kinderbijbelillustratie. Wat is dat? En wat doet het met mij?
 
Is het de volstrekte afwezigheid van de uitbundigheid die je bij het tafereel verwacht, een zindering zoals Barack Obama die destijds teweeg bracht toen hij nog gekozen moest worden? Zijn het weer de ernstige gezichten - of horen die nu eenmaal bij de sfeer van inkeer die iconen bedoelen op te roepen? Zijn het die niet meer dan twee schamele palmtakken, een in de hand van een volwassene en een in de hand van een kind? Is het de achtergrond die eerder associaties met de klaagmuur oproept dan met vrolijk feestgedruis? Of is het vooral de ezelin die wel door haar hoeven gezakt lijkt?
 
In het verbeelde verhaal lijkt de ezelin een beeld van bescheidenheid, een tegenbeeld van de wagens, de paarden, de wapens, de zwaarden, krijgszuchtige plannen (lied 550). Ofwel: een tegenbeeld van de gevestigde macht met haar vroeg of laat vermorzelende uitwerking. Denk alleen al aan vluchtelingenkamp Moria of de toeslagenaffaire.
 
Zakt de ezelin op de icoon door haar hoeven, omdat deze wetenschap misschien toch niet zo vanzelfsprekend is en wel een geheugensteuntje kan gebruiken? Geen zwaard, geen speer; met blote hand, gewoon met woorden brengt hij vrede (lied 549).
 
Maar hoeveel weerstand roept ook juist dat niet op? En wie van ons heeft daar zelf nooit last van? Is het die weerstand, die al sluimert in het verhaal en ook voelbaar wordt in de icoon? De bedriegelijkheid van de volksgunst: heden Hosanna, morgen kruisig hem! (lied 556) Is het toeval dat het aureool om het hoofd van de ‘ezelruiter’ (lied 549) ditmaal enkel wat bloedsporen laat zien? En is het verbeelding dat er bloeddruppels langs zijn neus wegdruppen? Alsof de kroon hem hier toegedacht toch vooral een nog onzichtbare doornenkroon is?
 
En hoe langer ik naar de omstanders kijk, hoe ongemakkelijker het plaatje voelt. Zie ik het goed? Heeft de tegemoetkomende menigte rechts inderdaad twee gezichten: naast lof en hulde ook verraad dat nog achter vroom gevouwen handen verborgen wordt? Hoe gaat de menigte achter die twee gezichten straks partij kiezen? En wat drukt de volgende menigte links uit? Is het zoiets als een plotseling bestorven applaus? Zelfs de onbevangenheid van de beide kindergezichten lijkt al in het gedrang te komen.
 
Kortom, waar vind ik mijzelf terug in dit wat ongemakkelijke beeld? Pasen lijkt ineens nog ver, een lange stille week ver nog.
 
Klaas Holwerda
Muziek bij zondag 28 maart

Voor koren zijn palmzondagcantates altijd dankbare werken. Immers, het beeld van de binnenrijdende koning wordt ook op de tweede adventszondag gebruikt.
Deze kleine cantate is van Wolfgang Carl Briegel (1626-1712). In zijn lange leven heeft deze man ongelofelijk veel geschreven: maar liefst 24 uitgegeven banden tussen 1654 en 1709, waaronder hele jaargangen cantates. Met deze aantallen was Joh. Seb. Bach een kleine jongen… Waarbij wel gezegd moet worden dat Briegel vooral kleine en minder complexe cantates schreef. Een extra reden voor koren om ze te zingen. Van zijn materiaal is echter nog maar een tiental werken ontsloten.
 
Dit Hosianna bestaat uit een ripieno, een instrumentaal stuk, gevolgd door een driestemmige aria met een vierstemmig refrein. En dit driemaal achter elkaar, omdat de aria drie coupletten heeft. Negen deeltjes dus binnen tweeëneenhalve minuut. In het ripieno en de aria wisselen homofonie (alle stemmen klinken gelijk, onder elkaar) en polyfonie (een stemmenweefsel) elkaar af.
De polyfone structuur wordt aangereikt door de binnenrijm van de tekst:
Seid bereit,
machet weit
Tür und Tor und Ehrenbogen.
Een ongelofelijk sterke combinatie tekst-muziek: elke korte regel klinkt een stapje hoger. Vaak zie je dat zo’n hecht samenspel niet volgehouden kan worden in de volgende coupletten, maar hier blijft het sterk:
Gross von Rat,                                Wohn allhie
Stark von Tat,                                  spät und früh
Held zum Heiland auserkoren.        Jesu König, weiche nimmer
Het instrumentale deel bestaat uit de thema’s die vocaal zullen volgen. Vandaar dat ook hier al de polyfonie zijn intrede doet.
Uit dit alles is op te maken dat
- de muziek op de tekst is geschreven en niet andersom,
- de dichter zich bewust was van de muzikale vorm die zijn woorden zouden krijgen,  
- het ripieno later is geschreven dan de koordelen.
Ik kan me geen stuk herinneren waar uit de vorm zo duidelijk de chronologische opbouw blijkt.
 
In de palmzondagdienst van dit jaar, die we op een afstand mee kunnen maken, zingt onze eigen zanggroep deze cantate. Kort maar krachtig.

Er is een opname op Spotify (code links) en op YouTube (code rechts).
Stimmet Hosianna an – Wolfgang Carl Briegel
Altöttinger Kapellsingknaben / Altöttinger Mädchenkantorei ·
Cd ‘Advent Und Weihnachtslieder’, 2010.
YouTube: Stimmet Hosianna an - Wolfgang Carl Briegel

fcadd1ab-f333-42a3-aa73-7cd23196ef44 De 40 dagentijd

Jan Marten de Vries

Welkom op zondag

U bent welkom bij onze diensten.

Dopen, trouwen, rouwen

Neem contact op via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of de pastorale commissie

Willem de Zwijgerkerk

Olympiaweg 14
1076 VX - Amsterdam
Tel. 020 662 27 00
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.